Back to top

De intersectie tussen technologie en traditioneel onderzoek, dat is het werkgebied van Victoria E. Szabo. De programmadirecteur Information Science + Studies aan de Amerikaanse Duke University ziet deze gebieden elkaar liever aanvullen dan beconcurreren. Tijdens deze eerste in een serie van drie lezingen met het thema ‘Cultural Approaches to Digital Humanities’, gepresenteerd door de Vrije Universiteit en CLUE+ in samenwerking met Beeld en Geluid, komt Visualizing Venice aan bod.

Binnen dit project wordt sinds 2009 in verschillende kleinere projecten getracht met moderne technologieën de veranderende omgeving van Venetië door de eeuwen heen te visualiseren. Denk daarbij aan de verbeelding van vergane interieurs en exterieurs. 3D-modellen van gebouwen waar alleen nog een tekening van bestaat in een archief. Of de samenvoeging van historische en hedendaagse beelden. Eén van die projecten is de Ghett/App, een ‘augmented reality’-app voor smartphones in de omgeving van de voormalig Joodse getto in Venetië.

Get Wired!

Visualizing Venice is ontstaan vanuit ‘Wired!’, een Digital Humanities lab van de Duke University. Hierin werken studenten in kleinere projecten vanuit verschillende expertises en domeinen samen, bijvoorbeeld aan een digitale component naast een fysieke tentoonstelling zoals de Gett//App. Of aan een digitale tak van een bestaand onderzoek. Kortom: ‘enriching tools’. Uitgangspunt bij Wired!-projecten is dat ze ‘evidence based’ zijn. Het begint dus bij historische feiten en verhalen - geschiedenis - waarna de techniek volgt. Er wordt niet eerst iets gebouwd en dan naar invulling gezocht.

Ghett//App is een aanvulling op de fysieke tentoonstelling 'Venice, the Jews and Europe 1516-2016' in Palazzo Ducale (nog tot 13 november van dit jaar te bezoeken). In de app zijn veertien locaties binnen de voormalige getto uitgelicht. Met aandacht voor de veranderende architectuur gedurende afgelopen eeuwen d.m.v. augmented reality, tekst, geluid en (bewegend) beeld. “We zijn selectief geweest in het aantal ‘points of interest’, omdat de app gebruikt wordt op een klein telefoonscherm en je dus niet te veel moet willen laten zien”, aldus Szabo

To convey the presence of absence

Archiefmateriaal vormt de kern van de Ghett//App. Er is gedocumenteerd bewijs verzameld dat gebouwen bestaan hebben. Datzelfde geldt voor informatie over personen die er gewoond hebben. Zelfs het omgevingsgeluid wordt niet verzonnen. Szabo: “Ik heb ervoor gepleit om kwakende ganzen in het achtergrondgeluid op te nemen. Omdat uit archiefmateriaal bleek dat er zo'n 1600 ganzen in de getto woonden eind 19e eeuw”.

Voor de reconstructie van gebouwen worden bewust schematische modellen gebruikt in plaats van realistische. Omdat de documenten waarop de visualisaties op gebaseerd worden ruimte voor interpretatie overlaten. De subjectiviteit wordt met schematische modellen zoveel mogelijk uitgesloten. De visualisaties in de Ghett/App claimen niet de waarheid te presenteren.

Anders dan veel andere apps, concurreert de Ghett/App niet met de fysieke ruimte, maar vult deze aan. Tegenwoordig kunnen mensen fysiek op een plek zijn en hun omgeving alleen door een cameralens of op een telefoonscherm bekijken. Dat is niet waar de makers van Ghett//App zich mee vereenzelvigen.

Redden of documenteren?

Terug naar de projectorganisatie. Lastig element binnen Visualizing Venice is continuïteit. Samenwerkingen zijn vaak tijdelijk en dat geldt dus ook voor de financiering. Duurzaam gebruik van de bestaande projecten / producten is ook een punt van aandacht. Hoe link je de verschillende producten aan elkaar? Wat doe je met resultaten die goed zijn, maar niet helemaal af.

Dan hebben we het nog niet over beheer; sommige apps, ontstaan binnen oudere projecten, werken niet eens meer omdat de technologie de snel evolueert. Szabo suggereert: “Je zou ervoor kunnen kiezen om deze apps niet te redden maar je in de toekomst alleen te richten op een artikel dat over de ontwikkelingen ervan geschreven is bijvoorbeeld”. Het documenteren van beslissingen is hoe dan ook van essentieel belang. En een onderzoeker gebruikt vrijwel nooit alle informatie of bronnen die hij/zij verzamelt. Anderen kunnen daar weer op verder bouwen.

Samen anders doen

De werkwijzen rond projecten als Visualizing Venice leveren soms verzet op, omdat het niet altijd binnen de traditionele manier van studeren past (vindt men). Szabo brengt haar motivatie overtuigend; namelijk niet het vervangen van traditionele onderzoeken of papers die daaruit voortkomen, maar het aanvullen daarvan met een digitale component. Meewerken aan een Wired!-project is een aanvulling op het traditionele studieprogramma. De samenwerking tussen verschillende disciplines heeft ze eveneens hoog zitten. Kern in de samenwerking is dat het project voor elke betrokkene nuttig is. Ook bouwers moeten uitgedaagd worden.

De geïnspireerde toehoorders laten Szabo niet meteen gaan en hebben een hoop vragen. Zoals over ‘ownership of public space’. Het gebruik van augmented reality in de publieke ruimte gaat niet altijd zonder slag of stoot, antwoordt ze: “De vorming van wet- en regelgeving lijkt mee te groeien met ontwikkelingen in de bouw van apps, tools en toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van drones of kites om foto’s vanuit de lucht te maken t.b.v. een app. Of het projecteren van beeld op een historisch gebouw”.

De toekomst

Evaluatie van eindproducten verdient binnen Visualizing Venice meer aandacht. Net als de langdurige bewaring van gebruikte artefacten in deelprojecten. Ook een verkenning van het werken met nog niet verdwenen gebouwen staat op de wensenlijst. En wie weet staat een projectuitbreiding naar Nederland in de toekomst ook nog eens op de planning: “Could a new approach to visualizing Amsterdam be next?” sluit Szabo af.