H. van der Heide: Evacuatie in Heerde (Gld)
Het is september 1944, Arnhem. De Duitsers zetten mannen in voor graafwerk aan de IJssel. De auteur onttrekt zich daaraan en gaat bij zijn vriendin wonen. Er breekt een chaos uit met neerkomende parachutisten en overvliegende granaten. Ze verhuizen samen naar een hen toegewezen woning en krijgen eten van de voedselvoorziening. De woning wordt gedeeld met joodse onderduikers en evacués. Als Arnhem geëvacueerd moet worden, gaan ze naar Apeldoorn. Na tijdelijke huisvesting bij een predikant, vertrekken ze naar de ouders van de dienstbode van deze, die op een boerderij in Heerde wonen. Hij vertelt hoe de boerderij eruit ziet en wie waar slaapt. Het is koud, maar ze hebben een geleend kacheltje en stoken uit het bos gekapt hout. De wc is buiten. Ze hebben wat moeite met het plaatselijk dialect. Aan eten geen gebrek. Ze halen kool en melk bij andere boerderijen in de buurt. Wat later wordt zijn moeder, geëvacueerd uit Wageningen, door het Rode Kruis bij hen gebracht. Hij vertelt hoe hij van de boerin geslachte kippen krijgt. Hij plukt ze en maakt ze in zout in. Hij leest boeken uit de bibliotheek van een predikant en houdt bijen. Op een dag is er een bombardement, dat rommel en schrik veroorzaakt. Ook de laag overvliegende V1 's zorgen voor paniek. Hij helpt dorsen, waar hij zere polsen en een zak graan aan overhoudt. Voor de Duitsers moet hij 's nachts wacht lopen om overkomend vliegverkeer in de gaten te houden. Vaak valt hij dan in slaap. Na een paar maanden trouwt hij met zijn vriendin, nadat hij op de fiets via allerlei binnenweggetjes naar Apeldoorn is geweest. Hier ligt het bewijs van hun ondertrouw. In april 1945 neemt een groepje Duitsers op terugtocht met veel geweld voor een nacht zijn intrek op de boerderij. 17 April 1945 is het dorp bevrijd, komen de onderduikers boven en worden op het dorpsplein moffenmeiden kaalgeschoren. Het is september 1944, Arnhem. De Duitsers zetten mannen in voor graafwerk aan de IJssel. De auteur onttrekt zich daaraan en gaat bij zijn vriendin wonen. Er breekt een chaos uit met neerkomende parachutisten en overvliegende granaten. Ze verhuizen samen naar een hen toegewezen woning en krijgen eten van de voedselvoorziening. De woning wordt gedeeld met joodse onderduikers en evacués. Als Arnhem geëvacueerd moet worden, gaan ze naar Apeldoorn. Na tijdelijke huisvesting bij een predikant, vertrekken ze naar de ouders van de dienstbode van deze, die op een boerderij in Heerde wonen. Hij vertelt hoe de boerderij eruit ziet en wie waar slaapt. Het is koud, maar ze hebben een geleend kacheltje en stoken uit het bos gekapt hout. De wc is buiten. Ze hebben wat moeite met het plaatselijk dialect. Aan eten geen gebrek. Ze halen kool en melk bij andere boerderijen in de buurt. Wat later wordt zijn moeder, geëvacueerd uit Wageningen, door het Rode Kruis bij hen gebracht. Hij vertelt hoe hij van de boerin geslachte kippen krijgt. Hij plukt ze en maakt ze in zout in. Hij leest boeken uit de bibliotheek van een predikant en houdt bijen. Op een dag is er een bombardement, dat rommel en schrik veroorzaakt. Ook de laag overvliegende V1 's zorgen voor paniek. Hij helpt dorsen, waar hij zere polsen en een zak graan aan overhoudt. Voor de Duitsers moet hij 's nachts wacht lopen om overkomend vliegverkeer in de gaten te houden. Vaak valt hij dan in slaap. Na een paar maanden trouwt hij met zijn vriendin, nadat hij op de fiets via allerlei binnenweggetjes naar Apeldoorn is geweest. Hier ligt het bewijs van hun ondertrouw. In april 1945 neemt een groepje Duitsers op terugtocht met veel geweld voor een nacht zijn intrek op de boerderij. 17 April 1945 is het dorp bevrijd, komen de onderduikers boven en worden op het dorpsplein moffenmeiden kaalgeschoren.
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Herinneringen (computeruitdraai)
- 1575
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer