M. Hoppenbrouwers: Dagboek (kopieën)
Dagboek van Madeleine Hoppenbrouwers (Breda, 1918-2013) over de meidagen van 1940, als haar woonplaats Breda tussen de vuurlinies bekneld dreigt te raken en een slagveld wordt gevreesd. Madeleine is getrouwd met Nico Werner. Het echtpaar heeft een zaak, maar wat voor één wordt uit dit moeilijk leesbare dagboek niet duidelijk. Over de ziekte van hun zoontje Nico wordt weinig losgelaten, al schrijft Madeleine liefdevol en bezorgd over hem. ’10 Mei 1940. De radio aangezet, en jawel, toen kregen we vlug zekerheid, afschuwelijk, oorlog, onze eerste gedachte was voor onze jongen: dat God hem mogen sparen, is onze innigste bede.’ Het kind verblijft dan tijdelijk in het katholieke Sint Laurentiusgesticht: ‘Nico was niet veel meer op zijn kamer, maar wij vonden hem stil in de kapel. Kleine jongen we hebben zoo gebid voor je herstel, en voor we Onze Lieve Heer konden bedanken, dat wij je mochten behouden, zijn we weer vol angst door dat verschrikkelijke woord oorlog. Flink blijven voor je jongen in hoofdzaak.’ Maar op eerste Pinksterdag 12 mei krijgen de omstreeks 50.000 bewoners van Breda het bevel de stad te verlaten: ‘Nico neemt afscheid van de zusters en ik ben vol dankbaarheid voor hunne goede zorgen.’ De plotselinge, massale evacuatie van Breda is voor velen een nachtmerrie. Tientallen komen om het leven, voor anderen wordt het een maandenlange tocht tot in Zuid-Frankrijk. Achteraf blijkt de vlucht volkomen onnodig: Breda wordt door de Duitse bezetter ingenomen zonder dat er één schot is gelost. De familie Werner verblijft met andere gezinnen op een boerderij in Zeeland, waar de omstandigheden meevallen: ‘Het eten smaakte ons vandaag zoo goed, heerlijk boerenbrood, melk, boter, en ’s middags aardappelen, peertjes en balletjes gehakt, pudding toe. Een feestmaaltijd.’ Na tien dagen keert het ongedeerde gezin weer terug naar Breda. Ook hun huis blijkt ongedeerd. Dagboek van Madeleine Hoppenbrouwers (Breda, 1918-2013) over de meidagen van 1940, als haar woonplaats Breda tussen de vuurlinies bekneld dreigt te raken en een slagveld wordt gevreesd. Madeleine is getrouwd met Nico Werner. Het echtpaar heeft een zaak, maar wat voor één wordt uit dit moeilijk leesbare dagboek niet duidelijk. Over de ziekte van hun zoontje Nico wordt weinig losgelaten, al schrijft Madeleine liefdevol en bezorgd over hem. ’10 Mei 1940. De radio aangezet, en jawel, toen kregen we vlug zekerheid, afschuwelijk, oorlog, onze eerste gedachte was voor onze jongen: dat God hem mogen sparen, is onze innigste bede.’ Het kind verblijft dan tijdelijk in het katholieke Sint Laurentiusgesticht: ‘Nico was niet veel meer op zijn kamer, maar wij vonden hem stil in de kapel. Kleine jongen we hebben zoo gebid voor je herstel, en voor we Onze Lieve Heer konden bedanken, dat wij je mochten behouden, zijn we weer vol angst door dat verschrikkelijke woord oorlog. Flink blijven voor je jongen in hoofdzaak.’ Maar op eerste Pinksterdag 12 mei krijgen de omstreeks 50.000 bewoners van Breda het bevel de stad te verlaten: ‘Nico neemt afscheid van de zusters en ik ben vol dankbaarheid voor hunne goede zorgen.’ De plotselinge, massale evacuatie van Breda is voor velen een nachtmerrie. Tientallen komen om het leven, voor anderen wordt het een maandenlange tocht tot in Zuid-Frankrijk. Achteraf blijkt de vlucht volkomen onnodig: Breda wordt door de Duitse bezetter ingenomen zonder dat er één schot is gelost. De familie Werner verblijft met andere gezinnen op een boerderij in Zeeland, waar de omstandigheden meevallen: ‘Het eten smaakte ons vandaag zoo goed, heerlijk boerenbrood, melk, boter, en ’s middags aardappelen, peertjes en balletjes gehakt, pudding toe. Een feestmaaltijd.’ Na tien dagen keert het ongedeerde gezin weer terug naar Breda. Ook hun huis blijkt ongedeerd.
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek (kopieën)
- 1993
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer
