(1400-01) Hockeyclub HGC
Nieuwe hockeyspelregels - ook bij HOC: Het hockeyspel in Nederland kende tot 1926 eigen regels, die afweken van de internationale. De hockeystick mocht met beide kanten worden gespeeld. De Nederlandse clubs speelden met een lichte oranje hockeybal (ook wel sinaasappel genaamd), die 3 cm. groter was dan de bal waarmee internationaal werd gespeeld. De kern bestond uit geperst kurk en paardenhaar, omkleed met zeildoek. Zonder touw erom geknoopt werd de bal gebruikt voor wedstrijden, met gevlochten touw als oefenbal. Spelers mochten in de beginperiode van het Nederlandse hockeyspel de bal zelfs met de voet stoppen. Tenslotte waren doelpunten die binnen de cirkelrand werden gemaakt ook geldig. Omdat Nederland met een heren hockeyteam wilde deelnemen aan de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928, gingen de Nederlandse hockeyclubs vanaf 1926 volgens de internationale regels hockeyen. HOC was uiteindelijk de allerlaatste club, die de oude Hollandse spelregels afwees en het door de bond gepropageerde, internationale reglement aanvaardde waarop het huidige hockey is gebaseerd. De laatste fusie van 1951: HOC kreeg in 1935 een eigen clubhuis op het complex Het Uilennest in Clingendael. Haagse bouwplannen noodzaakten HOC vier jaar later naar De Roggewoning in Wassenaar te verhuizen. Ook het vier jaar oude clubhuis werd meegenomen. Op 25 november 1939 werd de eerste hockeywedstrijd op De Roggewoning gespeeld. In datzelfde seizoen organiseerde HOC voor de eerste maal tezamen met HDM, TOGO en HHIJC het Internationaal Paas Hockey Toernooi (IPHT). Ook GHC de Gazellen was in 1939 van Waalsdorp naar De Roggewoning verhuist. Voor GHC was het ondoenlijk het grote aantal jeugdleden goed te coachen en HOC kampte met een enorm tekort aan jeugdleden. Dit moest wel leiden tot een toenadering. Op 17 augustus 1951 vond een (volgens aanwezigen) emotionele, gecombineerde Buitengewone Algemene Ledenvergadering plaats. Tijdens deze vergadering werden de besturen van de beide hockeyclubs eervol ontslagen. De twee clubs gingen op in de nieuwe hockeyclub HOC-Gazellen Combinatie (HGC). Bij deze laatste fusie wordt het lichtblauw-zwarte tenue van HOC overgenomen en als clubsymbool wordt gekozen voor de gazelle van GHC. Het prille begin - de komst van hockey in Nederland: In Engeland werd bandy, het hockeyspel dat werd gespeeld op harde stranden of ijsvlakten, al in de zeventiende eeuw gespeeld. Later deed ook veldhockey zijn intrede. De regels en het aantal spelers van het spel varieerden enorm. De hockeysport was met name erg populair onder scholieren en studenten. In december 1890 bracht Pim Mulier, de vader van de voetbalsport in Nederland, een bezoek aan Engeland en zag hier sporters het bandyspel beoefenen. Enthousiast kwam hij terug in zijn woonplaats Haarlem en introduceerde hier bandy in de strenge winter van 1890-1891. De krant berichtte over de sport als volgt: 'Hockey is een balspel op het ijs. De goalkeeper mag den bal aanraken, de overige spelers niet. Men speelt volgens de gewone voetbalregels'. Erg duidelijk is deze uitleg niet. Pim Mulier slaagde er in januari 1891 in, een Engels Bandy-team naar Nederland te halen. Het voetbalteam van Mulier speelde tegen het Engelse (en verloor met grote getallen). Ook in Amsterdam kwam een bandyteam op het ijs. Een jaar later werd in Amsterdam de eerste veldhockeyclub opgericht. Friesland volgde met drie bandyclubs. Op Tweede Kerstdag 1894 vond de eerste veldhockeywedstrijd plaats tussen de hockeyteams van Amsterdam en Rotterdam. De bandyspelers speelden buiten het ijsseizoen veldhockey. Ook in studentensteden als Delft en Leiden waren hockeyers actief, maar clubs werden niet opgericht. De vonk sloeg wel over naar Den Haag. Op 14 november 1897 vond op een terrein van het landgoed Clingendael een demonstratiewedstrijd veldhockey plaats tussen een elftal van de Haarlemsche Hockey- en Bandyclub en een studentenelftal. Het doel van deze wedstrijd was het hockeyspel in Den Haag te introduceren en een hockeyclub op te richten. En dit lukte. Nog diezelfde week besloot een aantal jonge juristen de Haagsche Hockey & Bandy Club (HHBC) op te richten. Voorzitter van de nieuwe club was mr. N.A.M. van Aken. Baron van Brienen stond voorlopig toe dat de nieuwe club op zijn landgoed Clingendael bleef oefenen. Op zondag 6 maart 1898 debuteerde HHBC tegen de Haarlemse hockeyclub. Naar aanleiding van deze wedstrijd opperden enige Haagse en Haarlemse spelers het plan om een hockeybond in het leven te roepen. Het zou nog enige maanden duren voor deze nieuwe organisatie ook daadwerkelijk tot stand kwam. Op 8 oktober 1898 werd de Nederlandsche Hockey en Bandy Bond (NHBB), mede op initiatief van de HHBC, opgericht. Al vrij snel verlieten de bandyspelers de bond en gingen hun eigen weg. De Haagse HHBC-voorzitter Van Aken werd secretaris van de Nederlandse bond en was aan het begin van de twintigste eeuw gedurende een korte periode voorzitter van de nieuwe organisatie. In december 1898 speelde HHBC de eerste Nederlandse internationale hockeywedstrijd tegen de Brusselse club Leopold. Uit Rotterdam ontving de Haagse club van voetbalvereniging. Victoria in 1899 een verzoek een demonstratiewedstrijd in de havenstad te willen geven. Deze wedstrijd werd op 1 oktober 1899 tegen de Haarlemse hockeyclub gepeeld. Na afloop werd in Rotterdam hockeyclub Victoria opgericht. Ook Haagse dames wilden de hockeyport te beoefenen. Met name de zusters van HHBC-voorzitter mr. N.A.M. van Aken wensten een balletje te slaan. In HHBC speelden enkel heren, zodat in 1901 een nieuwe Haagse club werd opgericht: de Haagsche Mixed Hockey Club (HMHC). In het najaar van 1902 besloten de heren van HHBC massaal over te stappen naar de nieuwe mixed-club. HHBC werd opgeheven en HMHC profiteerde hiervan. Bondsvoorzitter Van Aken meldde op de algemene ledenvergadering in het najaar van 1902: 'De Haagsche Hockeyclub verdween, maar naast haar verrees de Haagsche Mixed Hockeyclub, welke Vereeniging direct bleek te kunnen beschikken over de beste krachten. Reeds dit jaar - in het eerste jaar van haar bestaan - werd zij kampioen en moest de Haarlemsche Hockeyclub, 't was dan ook na een harde strijd, 't tegen haar jeugdige zuster afleggen'. Van Aken was zelf aanvoerder van dit nieuwe winnende team en zijn zuster mej. E. van Aken de eerste voorzitter van de nieuwe club. HHBC en HMHC zijn de oudste voorlopers van hockeyclub HGC. HGC wordt opnieuw een topclub: Onder het voorzitterschap van mr. J.D.J. Idenburg wordt een koerswijziging bij HGC ingezet. Er moest meer aandacht worden geschonken aan de jongste jeugd. Hij bedacht voor de jeugd onder de 11 jaar het landelijk uitgegroeide begrip mini en schonk in 1969 een eigen jeugdtrofee (de Doos van Koos) aan de club. Het belangrijkste was evenwel dat onder zijn bezielende leiding de club opnieuw wist uit te groeien tot een bloeiende sportvereniging. In de jaren 1980 volgde de definitieve doorbraak van Dames 1 en Heren 1. De Dames en de Heren spelen sedertdien een belangrijke rol in de Nederlandse hockeycompetitie. Op 22 maart 1981 was HGC de eerste club in Nederland, die zowel bij de mannen als bij de vrouwen het predikaat hoofdklasser kreeg. Deze unieke situatie heeft tot 2005 voortgeduurd. De Heren 1-selectie behaalde in 1997 voor het eerst het Europees clubkampioenschap. Heren 1 werd zes keer landskampioen veld en zaal (1986, 1990, 1993, 1996 en 1998). Dames 1 werd in 1992 Europees clubkampioen. In de periode 1982-1997 won Dames 1 maar liefst twaalf landskampioenschappen veld en zaal. Van fusie naar fusie: In 1902 werd hockeyclub Pretmaken Is Ons Doel (PIOD) opgericht. PIOD bezat een speelveld aan de Beeklaan. Twee jaren later volgt Ons Doel Is Scoren (ODIS), de club van het echtpaar A.G. Kröller en mevrouw H. Kröller-Müller. Hun drie zonen hockeyden alle bij ODIS. De club had een hockeyterrein aan de Pompstationweg dicht bij de huidige Zwolsestraat. De velden liggen naast de spoorbaan Hollandsche Spoor-Scheveningen. Vanwege het geheel zwarte clubtenue werden de nieuwe ODIS-spelers ook wel 'de zwarte Hagenaars' genoemd. HMHC organiseerde op 20 december 1903 voor het eerst de Mixed Hockey Dag, die sinds 1927 jaarlijks op Goede Vrijdag wordt georganiseerd. Voor dit oudste toernooi van Nederland is in 1990 een nieuwe wisselprijs beschikbaar gesteld: Het Uilennest, genoemd naar het vroegere sportterrein nabij het Haagse landgoed Clingendael, waar HGC's voorloper HOC van 1935-1939 de hockeywedstrijden speelde. Zowel PIOD als HMHC speelden in 1906 hun wedstrijden op Waalsdorp aan het einde van de Landscheidingsweg bij de hoeve 'Duin en Dal'. Op 22 september 1906 besloten beide clubs de krachten te verenigen en gaan samen op in de Haagsche Hockey Vereeniging (HHV). Op voorstel van de dames wordt lichtblauw-zwart de nieuwe clubkleur. Ook tussen ODIS en PIOD waren er fusiebesprekingen, maar dit leidde niet tot een samengaan. Alleen het kleine Evites gaat in 1907 in ODIS op. Pas in 1915 gaan HVV en ODIS samen in de nieuwe club HHV-ODIS Combinatie (HOC). De club speelde op Waalsdorp in het HHV-tenue: lichtblauw-zwart met de geheel zwarte kousen van ODIS. In de jaren 1930 worden de kousen lichtblauw met een zwarte boord. Het clubembleem van HOC was een konijn. De beide eerste elftallen van HOC speelden in de eerste klasse. Dames 1 van HOC behaalde met tophockeyster Madzy Rollin Couquerque in de periode 1921-1935 het landskampioenschap. Zij was van 1927 tot 1941 bestuurslid van de Nederlandsche Dames Hockey Bond. J.D. Tresling van HOC was van 1919-1930 voorzitter van de Nederlansche Hockeybond. Hockey-enthousiasme in Nederland: Tijdens de Olympische Spelen in 1928 in Amsterdam behaalt Nederland de tweede plaats achter Brits-Indië. Veel scholieren wilden lid worden van een hockeyclub. Ook bij de leerlingen van de HBS aan de Nieuwe Duinweg leefde het verlangen te kunnen hockeyen zeer sterk. Hun wens kwam in 1930 in vervulling bij de oprichting van hockeyclub Sport Op School (SOS, later Samenwerking Overwint Steeds genoemd). In 1947 wordt de band met school en onderwijs losgemaakt, en de naam van deze club omgedoopt in 's-Gravenhaagsche Hockey Club de Gazellen (GHC de Gazellen). Oorspronkelijke speelde SOS in het Westbroekpark, later bij de Zwolsestraat en vervolgens aan de Benoordenhoutseweg, om tenslotte op Waalsdorp terecht te komen. Als clubembleem van SOS werd in 1936 gekozen voor de gazelle, het symbool voor snelheid en sierlijkheid. De oorspronkelijke SOS-clubkleuren wit-groen worden door GHC in 1947 vervangen door bruin-wit.
- Medewerkers van het HGA en vrijwilligers van HGC (2007)
- Archieven Haags Gemeentearchief
- archief
- 1400-01
- Sport en Recreatie
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer