Toelaagfonds voor Ambachtslieden te Middelburg, 1865-1951
Inleiding Onder de sociale instellingen welke tot verbetering dienden van het lot der armen en van de lagere volksklasse, mag men zeker ook rekenen het Toelaagfonds voor Ambachtslieden, opgericht op 12 februari 1859 te Middelburg. Het ontstaan van dit fonds moet gezocht worden bij de werklieden van de firma M.K. Jeras en Zoon, aannemers te Middelburg. De voornaamste oprichter was H.P. van de Ree, toen bij genoemde firma werkzaam ( Middelburgsche Courant , 1 maart 1924), later-het oudste gegeven is van 1873-als timmerman en metselaar, dus als patroon, gevestigd. Meer dan vijftig jaar is hij als voorzitter aan het fonds verbonden geweest. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat alleen de werklieden bij genoemde firma lid konden worden, werd reeds spoedig de gelegenheid opengesteld voor andere arbeiders. Het fonds, dat in zijn bloeitijd 282 leden telde, had ten doel ingeval van ziekte of verwondingen de leden door een wekelijkse bijdrage te ondersteunen (art. 1). Aan contributie was per week verschuldigd tien cent voor leden van 18-40 jaar en twaalf cent voor hen die 40 jaar bij hun toetreden waren (art. 2). Later werden personen boven 40 jaar niet meer toegelaten en werden de contributies verhoogd. Ook kon men begunstiger worden tegen een vast bedrag. Men moest echter minstens achttien weken contributie hebben betaald wilde men voor de toelage in aanmerking komen (art. 5). Deze toelage was bepaald op vier gulden vijftig per week en naar gelang de financiële uitkomsten van het vorige jaar. In 1930 werd dit verhoogd tot één gulden per werkdag naar aanleiding van de inwerkingtreding der Ziektewet. Wanneer een lid langer dan 3 maanden ziek was, betaalde het fonds niet meer uit, voor en aleer hij weder achttien volle weken had gecontribueerd. Het verenigingsjaar begon 1 augustus en eindigde 31 juli. Een aan een ongeneeslijke kwaal lijdend lid kreeg nog vier maanden de toelage en kon daarna geen lid meer van het fonds zijn (art. 9). Bij overlijden van een lid kreeg de weduwe gedurende vier weken de toelage (art. 10). Bij een achterstand van zes weken contributie werd een lid geroyeerd. Alleen personen die in Middelburg woonden kwamen voor lidmaatschap in aanmerking. Zij betaalden bij toetreding 25 cent, waarvoor hun een reglement werd uitgereikt. Het bestuur bestond uit zes leden, waaronder een boekhouder-kassier belast met het inzamelen van gelden en de boekhouding, waarvan hij iedere drie maanden rekening en verantwoording moest afleggen. Hiervoor ontving hij 61/2 % van de contributies en van de rente voor administratiekosten. Een der bestuursleden werd aangewezen voor controle der ziektegevallen en ontving hiervoor een kleine vergoeding. Uitgezonderd enkele weinig betekende veranderingen kan gezegd worden dat bovengenoemde bepalingen tot de ontbinding van het fonds zijn voort blijven bestaan. Het Toelaagfonds, beter bekend als 'fonds van Dormaar', destijds de boekhouder-kassier, was eertijds in zijn bloei populair onder de arbeiders. Later werd dit steeds minder, en hoewel langzaam, ging het ledental achteruit. Voornamelijk was dit toe te schrijven aan de betere sociale voorzieningen voor de arbeiders. Met name de Ziektewet maakte dit fonds voor de daarbij aangeslotenen vrijwel overbodig. Op de algemene vergadering van 12 maart 1951 werd dan ook besloten het fonds op te heffen. Het kassaldo van ruim tweehonderd gulden werd verdeeld onder de zeventien leden die het fonds nog telde. In 1951 werd het archief van het fonds door de heer W.C.L. de Ruyter te Middelburg, die sinds 1912 het secretariaat van het fonds bekleedde, geschonken aan het Rijksarchief in Zeeland. Jammer is het dat de notulenboeken eerst met 1870 aanvangen en over de beginperiode geen stukken bewaard zijn gebleven. Deze toegang verscheen eerder als: J. de Kuijper, 'Het archief van het Toelaagfonds voor Ambachtslieden te Middelburg, 1865-1951', in: Rijksarchief in Zeeland. Gebundelde inventarissen II (Middelburg 1976) 115-119.
- Archieven Zeeuws Archief
- Archief
- 1370
- Welzijn en Sociale zorg
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer